Kasteel Schellenstein

Historie
Eerste melding was Schellenstein in de lokale propertylist uit het jaar 1270: "Schellenstein is een plek vol geschiedenis." Bovendien is er een boodschap van Karel de Grote, wat vermeld dat dit bezit geschonken werd aan het Benedictijner klooster in Werden aan de Ruhr. De naam van de architect is onbekend. Het huidige gebouw dateert uit het begin van de 18e eeuw en werd in ca 1850 uitgebreid met twee zijvleugels. Kasteel Schellenstein werd waarschijnlijk gebouwd in 1183. Het huidige kasteel is een prachtig, twee verdiepingen hoog vakwerkgebouw met een gigantische hoektoren. De restauratie en renovatie is in 1979 begonnen. In zijn huidige vorm, werd het kasteel gebouwd op steile leisteen rotsen. In de toren kun je ook duidelijk zien dat het kasteel werd gebouwd op de kale rotsen. De verschillende verdiepingen werden volledig nieuw herbouwd waarbij de oorspronkelijke oude elementen bewaard zijn gebleven in de oorspronkelijke versie. Alle ramen zijn voorzien van geluidsisolerend glas, de sanitaire installatie behelst vijf kilometer koperen buizen en voor de gehele elektrische installatie was 60.000 meter kabel nodig. Het kasteeldak werd opnieuw in leisteen uitgevoerd. Vandaag is het kasteel in particuliere handen en heeft een prachtige ambiance voor de eigenaren, de gezinnen en de vakantiegangers.

Oorsprong
De naam is afgeleid van Schellenstein: Latijn scala = trappen, Stein = stenen in de stroomversnellingen van de Ruhr. Schellenstein werd gebouwd op de fundamenten van een kasteel.
Kasteel Schellenstein staat op een plaats die een aanzienlijk strategisch belang in de oudheid moet hebben gehad. Als je van het westen via de Ruhr komt, moet je bij Schellenstein tussen de bergen Hagen en Losenberg door een smal gedeelte wat de poort van Sauerland genoemd kan worden. In tegenstelling tot andere categorieën kastelen, die meestal op hoge, steile bergen liggen en makkelijker te verdedigen zijn, is dat bij de kastelen van de 8e tot 10e eeuw niet zo. Ze liggen, net als in dit geval kasteel Schellenstein, laag op rotsachtige punten en dienden indirect de controle van de verbindingswegen. Ze domineerden het vervoer en waren dus strategisch belangrijke plaatsen. Dit diende indirect de controle van het gehele land. Engelbert de Eerste plaatste in het jaar 1222 Schellenstein in het cordon van forten en vestingen tegen Paderborn. Dus het lijkt alsof Schellenstein een centrale binnenplaats van het koninklijke hof is geweest die als militaire basis maar ook als belangrijke tussenstop diende aan de Ruhr-Diemel-Strasse (de verbinding tussen de vele kastelen tussen de Rijn en de Weser).

Eigenaren en toepassingen
De eerste “beweerde” eigenaren van Schellenstein waren:

1183 
Gerardus de Bigge
1338 Sweffhere de Bya
1370 Wylhelm dey Crane van Byghe

De volgende eigenaren kunnen als zeker worden genoemd:
1441 Rost zu Swedinchusen
1495 Anton Wrede
1538 Johan Wrede zum Schellenstein
1570 Rembert Wrede zum Schellenstein
1609 Rembert Wrede zum Schellenstein (junior)
1658 Anna Eva Maria de Wrede (1664 gehuwd met Otto Friedrich von Padberg)
1702 Anna Elisabeth von Padberg. Zij verkoopt Schellenstein aan
1718 Jobst Edmund von Brabecke
1819 Philippine Sophie Maria von Brabecke. Zij verkoopt Schellenstein voor 20.100 Thaler aan

De thaler (of taler) was een zilveren munt die gebruikt werd in Europa vierhonderd jaar geleden. De naam leeft voort in verschillende valuta’s als dollar of tolar. Thaler is een afkorting van "Joachimsthaler", een munt van de stad Joachimsthal in Bohemen waar de eerste munten werden geslagen in 1518. Thal is Duits voor "dale" of "dell" wat “vallei” betekent. Daarom is een "daalder" een persoon of een ding "uit de vallei".

1838 Freiherr Franz Wilhelm von Wendt-Papenhausen zu Gevelinghausen
Freiherr is een Duitse adellijke titel en komt in rangorde boven de Ritter (ridder) en onder de Graf (graaf). De titel komt overeen met die van de Nederlandse baron. De titel wordt/werd in Duitsland, Oostenrijk, Hongarije en de Baltische Staten gedragen. Het vrouwelijke equivalent is Freifrau. Een ongehuwde dochter van een Freiherr is een Freiin (freule). Een Freiherr wordt aangesproken met Baron (zonder “Herr”) respectievelijk Baronin (zonder “Frau”) of Baroness voor ongehuwde dochter

1823 Friedrich Wilhelm III, Koning van Pruisen, herriep de oude leenbrief over het feodale leengoed. Schellenstein was waarschijnlijk al een leengoed van Keulen vanaf 1180. Tijdens de Napoleontische oorlogen, kwam het hertogdom Westfalen bij het Hertogdom van Hessen-Darmstadt. Na het Congres van Wenen kwam in 1815 Westfalen bij Pruisen en in 1823 krijgt de koning de heerlijkheid Schellenstein.

 

1846 Het kasteel wordt erkend voor een parlementszetel en als landgoed voor de gemeente Bigge.

1904 In kasteel Schellenstein wordt de Josefs Gesellschaft opgericht. Dit was de eerste vestiging van een gehandicapteninstelling onder toezicht van de katholieke kerk. Het doel en strekking waren opleiding met orthopedische benaderingen en later de zorg voor gehandicapten. Uit deze stichting is het huidige Josefsheim (in het district Bigge) nog het bewijs van het nog steeds belangrijke economische en sociale aandeel in de gemeente Bigge en functioneert ondertussen in vele andere huizen door heel Duitsland.

1945 Kort na WO II diende het kasteel als onderdak voor gezinnen in nood, uit het gebombardeerde Ruhrgebied en voor vluchtelingen uit Oost-Duitsland.

1965 Kasteel Schellenstein werd door Karl-Josef von Wendt-Papenhausen zu Gevelinghausen aan de gemeente Bigge verkocht.

1979 Karl Ames von Rösenbeck verwerft definitief het kasteel, samen met alle bijgebouwen. Hij laat het hele gebouw renoveren, restaureren en deels herbouwen. Het kasteel kreeg nadien de naam “Woon- en Vakantiepark Kasteel Schellenstein.

1983 Het kasteel moest vanwege de enorme kosten van de renovatie door Karl Ames von Rösenbeck afgestoten worden en werd verkocht aan een stichting. Deze bestond uit 23 personen, voornamelijk lokale investeerders. Zij gingen verder met de restauratie en ontwikkelden in het hoofdgebouw een hotelkasteel. Het concept "hotel" is mislukt, omdat de kamers te weinig ruimte hadden.

1996 Het kasteel werd opnieuw in de verkoop gebracht. Makelaar Malessa kreeg de opdracht en verhuisde met zijn familie en een aantal medewerkers naar het kasteel. Door wederom een renovatie werd het kasteel omgezet in een woning met 8 appartementen. De verdeling van de woonruimten is geherstructureerd, vloeren werden gerestaureerd en in de gewelven van het kasteel kwam een horecabedrijf. In 1998 werden de eerste appartementen verkocht aan de nieuwe eigenaren.

2001 Vandaag wordt het kasteel Schellenstein door de eigenaren benut en gebruikt als een permanent verblijfs- en vakantieoord. De familie Metten-Djavadian heeft als horeca-ondernemer, behalve de ridderzaal en de gewelven, ook enkele appartementen gekocht voor de verhuur.